close
  • zondag 8 december
Reizen

“Zomaar opeens heb ik zin in stamppot rauwe andijvie”

“Zomaar opeens heb ik zin in stamppot rauwe andijvie”

Jeanette Slagt besloot om op 53-jarige leeftijd opnieuw te beginnen als digitale nomade. Hierdoor heeft ze een compleet nieuwe manier van gepensioneerd leven neergezet.

In 2015 heeft ze vrijwel alles verkocht wat ze bezat. Ze was werkeloos, had een start gemaakt met een eigen bedrijf, maar helaas lukte het concept niet in Nederland. Ze besloot om ‘tering naar de nering’ te zetten: oftewel haar uitgaven af te stemmen op haar inkomsten. En waar kon ze dat beter doen dan in een land waar het levensonderhoud goedkoop is?

Dus boekte ze een ticket naar de Filipijnen en verhuisde. Momenteel verblijft ze in Mexico en heeft Jeanette al heel wat geschreven  voor 50+. Geniet mee van haar avonturen en haar kijk op het leven na je vijftigste. Vorige week vertelde ze over haar bezoek aan de oude Maya stad Tulum.

Foto: Jeanette en haar zoon in Mexico

“Zomaar opeens heb ik zin in stamppot rauwe andijvie”

Gisteren vond ik het treinkaartje achter in het geheime vakje van mijn dagboek. Het treinkaartje waarmee ik in februari Nederland wederom verliet met een visum voor Mexico op zak. Eigenlijk had ik nooit verwacht nog terug te keren toen ik in 2015 vertrok, maar soms moet je wel, omdat je dingen moet regelen, zoals bankzaken of een visum. En een zaakwaarnemer, waar mijn post naar toe gaat en die dat voor mij mag open maken en mag bepalen wat er gedaan moet worden.

Nederland is nog lang niet zo vooruitstrevend als we denken. Heel veel instanties werken niet digitaal. Banken accepteren vaak geen adres buiten de EU. Aangezien ik zelden een vaste woonplaats heb is een postadres in Nederland beter, ook omdat je dan bijna zeker weet dat post wel aankomt. Een zaakwaarnemer is vooral handig om in alle vigerende regeltjes en rompslomp tegemoet te komen.

Geen gebakkelei op een foodcourt

Terug naar het treinkaartje. Ik  had even een vlaag van nostalgie toen ik het vertrouwde vervoersbewijs zag, midden op de foodcourt in een groot winkelcentrum in Mexico. Volgens mij kennen we het concept ‘foodcourt’ niet in Nederland. Ik heb er voor het eerst mee kennisgemaakt in de Filipijnen en ik was blij dat er ook in de grote winkelcentra in Mexico een foodcourt is.

Een foodcourt is een soort ‘eetplein’ in het winkelcentrum wat omringt wordt door talloze kraampjes waar je eten kunt kopen. Vaak vind je er de standaard fastfood restaurants zoals McDonalds en Burger King, maar ook lokale restaurantjes hebben er een balie.

Foto: foodcourt in Mexico

Ik vind het leuk, want als je samen met iemand bent kun je allebei lekker eten, in plaats van eindeloos bakkeleien over welk restaurant je heen gaat. Hier kiest ieder voor zich. Dat zie je ook veel Mexicaanse gezinnen doen, kinderen zitten met een happy meal en de ouders delen een groot bord met wat ze hier Chinees eten noemen. Dat koop je al vanaf 3 euro, je krijgt dan de keuze uit twee bijgerechten, pasta, friet, aardappelpuree, rijst, groente, gebakken banaan enzovoort en een vleesgerecht.

Het zijn best grote porties en als je twee vleesgerechten kiest heb je voor 4 euro een avondmaaltijd. Vaak krijg je er een maiskolf en een broodje gratis bij. Het is een lawaai van jewelste op zijn plein, iedereen belt, kletst en de radio tettert er bovenuit, vaak zijn er TV schermen met sport en overal lopen schoonmakers die tafels herschikken en afruimen en schoonmaken. Ik heb soms erg last van keuze stress op zo’n eetplein. Je kunt allerlei soorten taco’s eten en pizza, hamburgers, broodjes, gegrilde biefstuk, garnalen en zelfs sushi en salades. Ik ben niet zo goed in keuzes maken. Vier jaar lang bijna dagelijks uit eten klinkt heel leuk, maar dat wordt op een gegeven moment ook eentonig.

Papierwerk

Vandaar dat ik dus zomaar midden in zo’n foodcourt sta en verlang naar mijn eigen gemaakte stamppot rauwe andijvie met spekjes. Zoals vandaag, met dat treinkaartje in mijn hand. Ik kreeg bij een restaurant een kortingsbon en wilde die in het vakje stoppen en daar was dat treinkaartje en het verlangen naar Nederlands eten. Afgelopen week was ik even in Cancun, omdat ik voor mijn pre-pensioen een bewijs van ‘in leven zijn’ moest laten tekenen. Dat heb ik bij de Nederlandse consul in Cancun laten doen.

Dat is dus zo’n ding wat op papier moet. Er komt een brief bij mijn contactpersoon, die opent dat en scant het in en stuurt het via email naar mij.  Elk jaar moet je zo’n formulier laten tekenen en stempelen door een notaris, een ambtenaar van de burgerlijke stand, een burgemeester of iemand met dezelfde bevoegdheden. Vaak kost dat geld. Tien tot twintig euro per handtekening. Maar de consul in Cancun vertelde mij dat ze het gratis wilde doen. Met de bus naar Cancun en het formulier door haar laten ondertekenen was goedkoper dan de notaris in Playa del Carmen. Dat formulier moet dan per post naar Nederland en is het altijd afwachten of het wel aankomt. De post in Mexico is traag en onbetrouwbaar.

“Ik mis Nederland niet”

Door het hervonden treinkaartje, het papierwerk en het gesprek met de consul heb ik veel aan Nederland gedacht de laatste dagen. Ik mis Nederland niet, toen ik er in februari een paar weken was voelde ik me een vreemde eend in  de bijt en dat kwam niet alleen door de winterse temperaturen, maar ook hoe Nederland verandert is en hoe ik verandert ben. Maar soms mis ik wel sommige soorten voedsel. Zoals bitterballen. Haring met uitjes. En stampot rauwe andijvie met spekjes dus.

 

 

Hoofdfoto (C): Wikipedia

Geschreven door: Redactie