close
  • dinsdag 18 mei
Kunst en Cultuur

Muziekdossier, alles wat je wilt weten over Elvis Costello

Muziekdossier, alles wat je wilt weten over Elvis Costello

muziekmaand

Hij komt deze zomer naar Nederland. Misschien heb je hem eerder gezien en gehoord, in zijn zuurstokroze pak in 1979 op Pinkpop (foto) of ken je hem vooral van het nummer ‘She’, zelfs volgens Aznavour fan Matthijs van Nieuwkerk een fenomenale uitvoering. Multitalent Elvis Costello is in de muziekgeschiedenis werkelijk overal te vinden en draagt bij aan meerdere muziekstijlen en artiesten. Van Mozart tot Mumford and Sons en van U2 tot Burt Bacharach. Om iets over zijn talent en muzikale loopbaan te vertellen, moet je starten bij zijn opvoeding, die bijzonder genoemd mag worden.

Muziekdossier, het verhaal van Elvis Costello, muzikant, zanger, componist, producer, schrijver, entertainer, acteur, presentator…

Oh, it’s so funny to be seeing you after so long, girl
And with the way you look, I understand that you were not impressed
But I heard you let that little friend of mine
Take off your party dress

I’m not gonna get too sentimental
Like those other sticky valentines
Çause I don’t know if you are loving somebody
I only know it isn’t mine’

Refrein:
Alison, I know this world is killing you
Oh, Alison, my aim is true

De beginregels van het nummer Alison van het debuutalbum My aim is true van Elvis Costello uit 1977. De teksten zijn aanleiding om Costello te typeren als underdog, angry-young-man met vooral wraak en schuld als thema’s, een loser met de uiterlijke kenmerken van Buddy Holly met donkere hoornen bril en gekleed volgens de mode van de eind jaren vijftig.

Geen hokjesgeest

Door muziekcritici wordt hij direct omarmd als een enorm talent. In vele landen wordt het verkozen tot album van 1977, ook in Nederland door Muziekkrant Oor. Nog geen jaar later verschijnt This Year’s Model (met Pump It Up en Chelsea op single) winnaar in de lijstjes van 1978. Wikipedia plaatst Costello in de genres new wave/powerpop/punk- en pubrock. Als je kijkt naar de start van zijn carrière is dit niet slecht getypeerd, maar doet hem tekort over wat volgt gedurende de rest van zijn –nog steeds voortdurende- loopbaan waarbij geen sprake zal zijn van hokjesgeest, herhaling of eenvormigheid. Zijn bijzondere jeugd en opvoeding verklaren veel.

Moeder Lilian draait op haar pick-up platen van Robert Johnson, Cole Porter, Frank Sinatra, Fred Astaire, de jonge Elvis Presley

Declan Patrick Macmanus is geboren op 25 augustus 1954 in Londen. Hij is het eerste (en enige) kind van Ronald (‘Ross’) Macmanus, trompettist en vocalist bij het Joe Loss Orchestra -de eerste big band in Engeland- en Lilian Alda, manager van een platenzaak in Londen. In deze winkel start de relatie tussen Ross en Lilian. Hij vertelt haar zijn avonturen met de big band, die Glenn Miller als grote inspiratiebron heeft en tijdens en net na de tweede wereldoorlog de begeleidingsband van Vera Lynn (We’ll meet again) is geweest. Zij imponeert hem met een zeer brede muziekkennis.

De opvoeding van de jonge Declan bestaat vooral uit muziek luisteren, vader Ross komt thuis met demo’s en acetaten van oude en nieuwe muziek. Ross oefent en zingt. Lilian draait op haar pick-up platen van Robert Johnson, Cole Porter, Frank Sinatra, Fred Astaire, de jonge Elvis Presley. Maar ook: blues, folk, jazz, musical, ska, soul, country, rock’n roll en klassiek.

Zware drinker

Vader Ross is ‘s avonds altijd weg, eerst als bandlid van het Joe Loss Orchestra, later met zijn eigen band. Hij gebruikt dan regelmatig Day Costello als artiestennaam (de achternaam van een tante van Lilian). Hij neemt het niet zo nauw met de huwelijkse trouw, is een notoir nachtbraker en een zware drinker. Het huwelijk houdt geen stand.
Ross verlaat zijn vrouw, hertrouwt en krijgt nog vier zonen. De halfbroers van Declan vormen eind jaren 80-begin jaren 90 samen een band maar zijn niet echt succesvol. Op enkele ontmoetingen na (Ross helpt mee met het radiodebuut van Declan) heeft hij geen contact meer met zijn vader die in 2011 overlijdt.

Declan is 7 als zijn vader de echtelijke woning verlaat. Lilian is zorgzaam, hij krijgt muziekles en bespeelt meerdere instrumenten (piano, viool, drums en bass) tot hij als 15-jarige de gitaar als ‘zijn instrument’ ontdekt. Op 16-jarige verlaten Lilian en Declan Londen en verhuizen naar Liverpool waar Lilian haar jeugd heeft doorgebracht.

Hoewel Declan goed kan leren, hij schrijft op de middelbare school schitterende opstellen, weet hij dan al dat muziek zijn leven zal bepalen. Bovenstaande is van belang om de bijzondere carrière van deze eclectische artiest te begrijpen: Elvis Costello (Declan) is vooral een enorme muziekliefhebber. Iedere keer, tot op de dag van vandaag, zoekt hij nieuwe uitdagingen, vernieuwt zich, meandert door muziekstromingen en zoekt aansluiting bij artiesten die hij bewondert.

Hij ervaart het als een hel

Declan gaat na zijn afstuderen aan een College in Liverpool werken om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij werkt bij het beroemde cosmeticaconcern Elizabeth Arden en vervolgens als programmeur bij een bank. Hij ervaart het als een hel (mijn favoriete nummer I’m Not Angry van My Aim Is True gaat over deze jaren). Gelukkig zijn er de vrije avonden waarin hij hard werkt aan zijn muzikale ontwikkeling.

Op 20-jarige leeftijd gaat Declan terug naar Londen, trouwt met zijn jeugdliefde, wordt vader van een zoon en vormt de pub rockband Flip City. Daarnaast is hij roadie bij Brinsley Schwarz. Hij raakt bevriend met de bassist/zanger/songwriter deze band: Nick Lowe. Lowe heeft veel invloed op de jonge Declan en zal later veel albums van hem produceren. Hij maakt zelf meerdere solo-albums waarvan Jesus of Cool (met daarop de hit met de prachtige titel ‘I love the sound of breaking glass’) de bekendste is. Humoristisch is de titel van het nummer Bowi. Lowe verklaart dat het een bedankje is aan David Bowie die recentelijk het album Low (ook zonder e!) heeft opgenomen.

Lowe onderkent het enorme talent van Declan en zorgt ervoor dat hij een contract kan tekenen bij Stiff, het platenlabel van Jake Riviera. Jake bedenkt de artiestennaam Elvis (Elvis Presley) Costello (familienaam moeder en gebruikt door vader Ross).

In zes sessies van enkele uren wordt het album opgenomen met assistentie van de groep Clover

In april 1977 komt de eerste single uit: Less than Zero. Een sterke melodie met een fabuleuze tekst waarin hij zijn woede tot uiting brengt over een Britse Fascistenleider.
In 1985 verschijnt de debuutnovelle van Bret Easton Ellis: Less than zero. Brett, fan, heeft bewust de titel van de eerste single van Elvis Costello voor zijn literaire debuut gebruikt.
Vier maanden na de single volgt My Aim Is True. In zes sessies van enkele uren wordt het album opgenomen met assistentie van de groep Clover. Leden van deze band musiceren later bij Huey Lewis and the News en (Listen to the Music) The Doobie Brothers. De kosten van de opnames: £ 2.000,-. De verkoop is hoopgevend maar omdat Stiff geen distributie in de Verenigde Staten kan regelen wordt de Amerikaanse markt niet bereikt. Elvis regelt daarna dat volgende albums door Columbia worden verspreid. Ook in zaken blijkt hij zijn mannetje te staan.

Elvis Costello & The Attractions

Eind 1977 vormt Macmanus zijn eigen band: Elvis Costello & The Attractions. Steve Nieve (spreek uit als Naïeve) op toetsen, Bruce Thomas op bass en Pete Thomas (geen familie) als drummer. Elvis schrijft tekst en muziek, zingt en is gitarist. Het viertal vormt een hechte groep en blijkt live al snel een sensatie. In 1979 is er een vlammend optreden op Pinkpop met Elvis in een prachtig zuurstokroze pak.

Na This Year’s Model (1978) is ook Armed Forces (1979) zeer succesvol. Oliver’s Army wordt zelfs een nummer 1 hit in de UK en bestormt ook de hitlijsten in de USA en meerdere Europese landen.

Het onvermijdelijke gebeurt: Declan wil zich niet blijvend laten drukken in de hoek van punkrock/New Wave. Hij produceert het debuutalbum van skaband The Specials en neemt met The Attractions in 1980 Get Happy!! op. De kritieken zijn minder lovend, hoewel er critici zijn die de nieuwe muzikale wegen die worden ingeslagen als moedig bestempelen. Get Happy!! begint met een cover van Sam & Dave (I can’t stand up for falling down), de eigen nummers variëren van stax-soul, pop en ska tot een ontroerend walsje (het prachtige New Amsterdam met poëtische regels als: ‘do I speak double dutch to a real double duchess’).

Tijdens tournees schrijft hij vrijwel dagelijks een nieuw nummer

Costello zijn productiviteit is enorm. Tijdens tournees schrijft hij vrijwel dagelijks een nieuw nummer. Het weerhoudt hem in deze jaren overigens niet van een vrij losbandige levensstijl met flink veel drank. Ook is hij niet ongevoelig voor vrouwelijk schoon.
In 2015 verschijnt zijn autobiografie Unfaithful Music (Trouweloze Muziek). Dit zeer lezenswaardige boek (5-sterren in de Volkskrant) heeft hij zonder ghostwriter geschreven. Naast zijn bijzondere jeugd, bijzondere ontmoetingen en samenwerkingen vertelt hij over de pijn die het hem heeft gedaan en nog steeds doet dat hij net als vader Ross niet heeft weten te ontkomen aan een tumultueuze levensstijl.

In 1981 volgen maar liefst twee albums: het voortreffelijke Trust met piano barsound, nachtclubsfeer en Almost Blue, een Nashville country & western album. A Good Year for the Roses scoort als single, het album is minder succesvol.

Imperial Bedroom uit 1982 wordt vaak als het St. Pepper’s van Elvis Costello met zijn Attractions beschouwd. De plaat typeert de eclecticus Costello. Ondanks de juichende kritieken blijft de verkoop achter bij de verwachtingen.

Chet Baker

Na Punch the clock (1983, de beroemde/beruchte jazztrompettist Chet Baker speelt mee op het nummer Shipbuilding en Everyday I write the book is vooral bekend van de clip waarin lookalikes van Charles en Diana een hilarisch schouwspel opvoeren) en Goodbye Cruel World (1984) volgt een onrustige periode. Declan wordt verliefd op bassiste Cait O’Riordan van The Pogues (hij produceert hun album Rum, Sodomy & The Lash) en scheidt van zijn vrouw. Hij breekt kortstondig met The Attractions, neemt met anderen (The Confederates) in 1986 het sterke King Of America op maar in hetzelfde jaar verschijnt ook , herenigd met The Attractions, Blood & Chocolate. Het energieke album wordt vergeleken met de eerste drie albums en kent de hit I want you.

Freek de Jonge

Optredens zijn spectaculair, met Cait als danseres in een glazen kast, een draaiend rad (het publiek bepaalt welke nummers worden gespeeld) met wel honderd nummers van Costello en in elk land een special guest. In Nederland is dit Freek de Jonge tijdens het concert in Vredenbrug.

Costello is daarna uitgeraasd met The Attractions (in 1994 en 1996 worden nog Brutal Youth en All this Useless Beauty opgenomen maar de verslechterde verhouding tussen Elvis en bassist Bruce Thomas verhindert verdere samenwerking) en begint aan een nieuwe fase in zijn loopbaan.

Paul McCartney geeft in interviews aan dat Costello hem doet denken aan John Lennon

In de periode 1989-1991 werkt hij regelmatig samen met Paul McCartney. Paul vindt zichzelf opnieuw uit dankzij de ongelooflijke creativiteit van Declan. Paul geeft in interviews aan dat Costello hem doet denken aan John Lennon, geen zoetsappigheid maar vaak een flinke scheut azijn bij het muzikale product. Twee hoogtepunten van de samenwerking: Veronica van het album Spike (1989) met een schitterende tekst van Costello over zijn oma die aan Alzheimer lijdt en So like Candy van Mighty Like a Rose (1991).

De ambities van Elvis reiken steeds verder. Hij start een samenwerking met het Brodsky Quartet, een strijkersensemble. The Juliet Letters, geïnspireerd door denkbeeldige brieven van Juliet Capulet, een karakter van William Shakespeare, verschijnt in 1993. Geen rockopera, maar een experiment met strijkers, zang en titel, zo omschrijft Declan het zelf.

Vanity Fair vraagt hem om zijn 500 (!) favoriete albums te beschrijven. Een krankzinnig verzoek

In de jaren 70 en 80 coverde Costello al regelmatig nummers van andere artiesten. Don’t let me be misunderstood van Nina Simone (wellicht bekender in de uitvoering van The Animals), A Good Year for the Roses van George Jones, Almost Blue van Chet Baker en (What’s so funny about) Peace, Love and Understanding van Nick Lowe zijn slechts enkele voorbeelden. In 1995 verschijnt The Kojak Variety met nummers van onder andere Bob Dylan, Screamin’ Jay Hawkins, The Kinks, Paul Simon, Gram Parsons en George Gershwin.

In het jaar 2000 vraagt Vanity Fair hem om zijn 500 (!) favoriete albums te beschrijven. Een krankzinnig verzoek, maar Elvis neemt het serieus, schrijft een uitgebreid essay en komt met namen van ABBA tot Satie, van Yazoo tot Miles Davis.

Burt Bacharach

In 1996 volgt een verrassende samenwerking met de dan al 68-jarige Burt Bacharach. Deze (zelfs nu op bijna 90-jarige leeftijd nog actieve) componist, pianist, producer en arrangeur wordt geschaard onder de easy listening, met strijkers en trompetten. Maar wie kent deze composities (de opsomming is beperkt!) niet: Raindrops Keep Fallin’ On My Head (B.J. Thomas), Anyone Who Had a Heart (Dionne Warwick), Wishin’ and Hopin’ (Dusty Springfield), Walk on By (Aretha Franklin maar in 1978 ook door The Stranglers), What’s New Pussycat (Tom Jones) en Close to You (The Carpenters). Voor de film Grace of my Heart schrijven Burt en Elvis God give me strength, waarvoor ze een Grammy-nominatie ontvangen. Uiteindelijk verschijnt in 1998 Painted from Memory, songs vooral van Costello maar met arrangementen in de onmiskenbare stijl van Bacharach. Met het nummer I Still Have That Other Girl winnen ze een Grammy.

She

In 1999 neemt Declan het nummer She, in 1966 geschreven door Charles Aznavour op. Het nummer wordt een kaskraker, met name omdat het wordt gebruikt in de film Notting Hill (op het moment dat Julia Roberts kiest voor de schuchtere Hugh Grant). Elvis toont zich een fantastische crooner. Zelfs Matthijs van Nieuwkerk, die Aznavour classificeert als ‘de beste zanger die ooit geleefd heeft’, erkent dat de uitvoering door Costello fenomenaal is.

For the Stars, een samenwerking met de door Costello bewonderde Zweedse mezzo-sopraan Anne Sofie von Otter verschijnt in 2001. Ze nemen samen nummers op van onder andere Brian Wilson, Tom Waits en eigen werk. Benny Anderson (ABBA) heeft een compositorische en muzikale bijdrage.

Het album is een aanklacht tegen de toenmalige Amerikaanse regering van Bush jr.

In het nieuwe millennium neemt Elvis nog enkele albums op met The Imposters (feitelijk The Attractions met Davey Faragher nu als bassist). De verkoop van de albums blijft achter bij de verwachtingen. Ook de onder eigen naam uitgebrachte titels North (ballads op piano waarbij Elvis pijnlijk openlijk is over zijn scheiding van Cait O’Riordon in 2002 en de start van de relatie met Diana Krall met wie hij in 2003 trouwt), Il Sogno, een orkestraal werk gebaseerd op A Midsummer’s Night Dream van Shakespeare, verkopen amper. Het bijzondere My Flame Burns Blue (2016) met opnames met het Metropole Orkest tijdens het North Sea Jazz Festival is ook geen succes hoewel een speciaal concert in de HMH razendsnel is uitverkocht.

In hetzelfde jaar verschijnt The River in Reverse (met Allen Toussaint), een CD die enkele nieuwe Costello-songs bevat, maar vooral herwerkte versies van nummers van Toussaint. Het is een project ingegeven door de orkaan Katrina, waardoor Allen net als zoveel anderen zijn hele hebben en houden verloor. Het album is een aanklacht tegen de toenmalige Amerikaanse regering van Bush jr. die New Orleans behoorlijk liet stikken bij de wederopbouw.

Trouwe aanhang

Duidelijk is dat Elvis geen deel meer uitmaakt van de voorhoede van de (pop)muziek maar wel een zeer gewaardeerd artiest bij een trouwe aanhang, de muziekcritici en collega’s in de muziek. Eind 2006 krijgt het echtpaar Krall-Costello een tweeling (Dexter en Frank). De Canadese Diana Krall, winnares van meerdere Grammy’s, zet haar carrière als jazz-zangeres en pianiste succesvol voort. Elvis speelt wel eens een deuntje mee en produceert een aantal albums.

Op 5 juli in de tuinen van Paleis Soestdijk

In de periode 2008-2010 heeft Elvis zijn eigen show voor Channel 4 (UK) en CTV (Canada, Spectacle: Elvis Costello with….! Er zijn 20 afleveringen gemaakt. Hij interviewt en zingt/musiceert samen met onder andere Elton John, Lou Reed, Bill Clinton (!), Bono & The Edge, Tony Bennett en Bruce Springsteen. Opmerkelijk is het album Wise Up Ghost uit 2013. Een studio album met de bekende hip-hop band The Roots. Het album wordt door hip-hop liefhebbers als uitstekend beoordeeld.

De laatste jaren volgen samenwerkingen met nieuwe veelbelovende artiesten als Mumford and Sons en Larkin Poe. Hij treedt regelmatig solo of met band op. Op 5 juli is hij, met The Imposters, te bewonderen in de tuinen van Paleis Soestdijk. Mis het niet, ga hem zien, deze veelzijdige geweldige artiest!

Geschreven door: Roelof Houttuin