close
  • donderdag 12 december
Reizen

7 Tips om een Vikingfiel te worden

7 Tips om een Vikingfiel te worden

Je hebt francofielen en anglofielen, maar ook mensen die meer dan dol zijn op Scandinavië. Ik noem ze gemakshalve maar even Vikingfielen. Ik vermoed dat ik er zelf ook toe behoor. Wat maakt je tot een Vikingfiel?

-Altijd noordelijker willen

De ervaring leert onder andere dat het noorden voor hen nooit noordelijk genoeg is. Dat wil zoiets zeggen als dat ze altijd maar verder en verder willen ofwel hoger en hoger. De Noordkapers, zeg maar. Ik kan me heel goed vinden in die wens, maar zo hoog ben ik nooit geweest en voel ook niet de drang, maar een verblijf in Denemarken, Zweden of Noorwegen, ik kan niet wachten.

-Er twintig uur varen voor over hebben

In de vroege jaren zeventig kwam ik er voor het eerst. Afkomstig uit een schaatsfamilie, mijn vader reed in de jaren zestig een heuse schaatswedstrijd in het Noorse Hamar, wilde juist hij nog wel een keer naar die ijsbaan in dat kleine Noorse dorp. En zo geschiedde. Na een uur of twintig varen met de Tor Line bereikten we Oslo en van daaruit reden we Noorwegen in.

-Een Noorse ijsbaan in de zomer bezoeken

Tijdens de rondrit door Noorwegen in een gifgroene vw kever, namen mijn ouders mijn broer en mij mee naar die eenvoudige Noorse niet-overdekte schaatsbaan. Jaren later kwam ik er weer en tot mijn verbazing, beetje naïef wel, stond de parkeerplaats voor deze inmiddels overdekte baan vol met auto’s met Nederlandse kentekenplaten. Ik was niet de enige Hollander. Het was augustus, buiten was het 23 graden, binnen werd geschaatst. In korte broek en fleecetrui heb ik toen een tijdje op de tribune gezeten en rond gekeken. De sfeer hield het midden tussen een Noorse hal met veel houten details en een Hollandse baan waar de kroketten gretig aftrek vinden. Het zal niet voor niets zijn dat Hollanders en Noren het over het algemeen prima met elkaar kunnen vinden.

-Een Scandinavische taal leren

In Denemarken trof mij altijd het veelvuldige zicht op zee, in Zweden de bossen en meren en in Noorwegen het ruige landschap met de fjorden. Ik had er zulke goeie jeugdherinneringen aan dat ik na de middelbare school de studie Zweedse taal- en letterkunde startte, waarbij de basis het oud-IJslands was. Ik las sagen, ik las over trollen. Ik vond het allemaal geweldig. Ik bespaar je de reden waarom ik deze studie niet afmaakte, maar de fascinatie voor de taal heb ik altijd gehouden.

-Je te pletter sparen voor een Noorse skivakantie

Pas jaren later bracht ik weer een ’s zomers bezoek aan Scandinavië, logeerde eens in een huisje, ging er rond met een oude camper en toen ik de kans kreeg om er in de winter een keer te zijn, wat tot dan toe nog nooit was gelukt, pakte ik deze met beide handen aan. Ik had me er immers te pletter voor gespaard en nu zou ik gaan ervaren wat een echte winter is. Ik ging skiën in Noorwegen en het was werkelijk geweldig. Aangezien ik een enorme hekel heb aan massa’s mensen, kon ik daar mijn hart ophalen. Niks geen wachtrijen voor skiliften, geen discotheken vol Nederlanders (helemaal geen discotheken). Ik voelde me er opperbest. Omringd door de meest prachtige natuur stond ik af en toe stil op de ski’s om eens goed om me heen te kijken. Het voelde voor mij werkelijk als een sprookjeswereld zoals je op kerstige ansichtkaarten tegenkomt. Het bestaat, echt!

-Van de stilte houden… en van sledehonden

De klap op de vuurpijl, om maar in eindejaarstermen te blijven, kwam toen ik een sledehondentocht deed. Daarin kwam mijn liefde voor honden, sneeuw, bergen, stilte en noem maar op, allemaal samen. Eerst was het een kakofonie van geblaf. Het galmde over het bevroren meer. Maar toen de enthousiaste honden wat te eten hadden gekregen, aangespannen werden en ik de slee in beweging voelde komen, werd het stil. Heel stil. Wit stil noem ik dat. Ik hoorde slechts het schrapen van de rem van de slee door die dikke laag krakende poeder.

-In sprookjes of sagen geloven

Als in een droom wandelde ik erna terug naar mijn appartement waarbij ik onderweg een hotel trof dat me in één keer terugbracht naar mijn jeugd. Ik wist ineens weer dat ik in de jaren zeventig, weliswaar in de zomer, in ditzelfde dorp was geweest, op doorreis met mijn ouders. Ook toen was me dit hotel opgevallen. Alhoewel ik als kind had gedacht dat het een soort landhuis was uit een sprookje waar een heel belangrijke familie woonde. 
Nu wist ik dat dit dr. Holms Hotel was gebouwd in 1909, tegelijk met de opening van de treinroute tussen Oslo en Bergen. Dr. Ingebrigt Christian Holm bracht er zijn astmatische patiënten onder, de frisse berglucht zou ze immers goed doen. Inmiddels is het een chique hotel met een spa en fitnesszalen en om daar een kamer te kunnen huren moet je wel zo ongeveer bij de rich & famous horen. Weg sprookje.

Na die winter ben ik niet meer in Scandinavië geweest. Even was in ik gedachten terug toen ik op het station van Heerenveen een grote blonde kerel Noors hoorde praten. Toen ik in zijn richting keek, sprak hij me in perfect Engels aan, wat Scandinaviërs over het algemeen goed kunnen. Hij was met zijn vriend onderweg en wilde weten welke trein hij moest nemen om in Akkrum te kunnen komen. Ik vertelde hem dat hij de eerstvolgende gerust kon nemen en vroeg hem waar hij vandaan kwam. De plaatsnaam kon ik niet goed verstaan, maar hij vroeg me direct of ik wel eens in ‘zijn land’ was geweest. Ik vertelde over mijn ski-avontuur en over dat bijzondere dr. Holms Hotel dat op een soort sprookjespaleis leek. Even keek hij me onderzoekend aan en toen schoten we samen in de lach. Nee, rich & famous was ik niet en in dat hotel, daar zou ik nooit kunnen logeren. “Too expensive for us normal people’. Hij gaf hier echter geen antwoord op en tot op de dag van vandaag vraag ik me af met wie ik te maken heb gehad, daar op dat station. Ik weet namelijk nog dat het met opviel dat hij een behoorlijk kostbare jas droeg en dito schoenen. Ach, ik blijf in sprookjes geloven.

Geschreven door: Julia van Bohemen