close
  • vrijdag 17 september
Algemeen

Vogeltaferelen uit de serie ‘Alledagjes’ van Tietia Feikens

Vogeltaferelen uit de serie ‘Alledagjes’ van Tietia Feikens

Tietia Feikens
‘Alledagjes’

4-6-2017

Vogeltaferelen

Nog even en het is zover! De jonge boomklevers verlaten bijna hun nest. Volwassen boomklevers nestelen meestal in de grote conifeerboom even verderop. Ze zijn nogal schuw van aard en daar hebben ze met ons niet zoveel te maken. Maar nu hebben ze, na een verhitte oorlog met de pimpelmezen, gekozen voor het bruine vogelhuisje naast ons buitentoilet. Dit huisje is al jaren favoriet bij iedere kleine vogel hier in de buurt. Het huisje heeft één nadeel, wij lopen er voortdurend vlak langs als we naar de wc gaan en onze tuinbank staat er vlak naast. Daar hadden pa en moe boomklever even geen rekening mee gehouden toen ze hun houten vogelvilla eerder dit voorjaar betrokken. Kijk, doordeweeks hebben ze het vogelparadijs voor zich alleen maar in de weekends zijn wij er. Daar hadden ze even niet over nagedacht.

Zij dachten daar wel een oplossing voor te hebben; met woeste kamikazeacties vlogen ze steeds rakelings over onze hoofden als we op onze tuinbank zaten. En soms voelden wij een venijnige snavel in onze kruin. Maar we hielden stand. En de boomklevers ook. Ze leerden dat ze best hun jongen konden voeren met ons op anderhalve meter afstand. En als we eens bezoek hadden schreeuwden ze vanuit een boom naar hun piepende jongen dat ze heus snel kwamen maar dat ze even geduld moesten hebben. Dat was tegen dovemansoren gezegd natuurlijk. Die jongen gilden van de honger. En ik moest soms de neiging onderdrukken om de visite naar binnen te sturen omdat ik het zo zielig vond. Maar ja, daar kun je als volwassen mens niet mee aankomen. Ik word al zo vaak uitgelachen om mijn gevoelige hart als het op dieren aankomt. Dierenleed raakt me bijna nog meer dan mensenleed. En dus hield ik mijn mond en observeerde de boomkleversfamilie bezorgd vanuit mijn ooghoeken. Gelukkig: niets zo trouw als twee vogelouders. Als de visite weer weg was voerden ze hun kuikens extra lekkere, vette hapjes om het weer goed te maken.

En nu zit het gevlieg en gevoer er bijna weer op. Gister zag ik een jong met één poot en zijn snavel door het gat. Hij probeerde eruit te komen maar na een paar vruchteloze pogingen plofte hij terug in het nest. Vandaag lukte het hem ( was het dezelfde? ) om in de opening van het gat te gaan zitten en luidkeels om zijn ouders te roepen. ‘Etéééééééén!!’ Pubervogels hebben de hele dag schreeuwende honger. Pa en moe vlogen onvermoeibaar af en aan met de dikste insecten en rupsen. Zo af en toe probeerde één van hen de jongen te verleiden om met hun luie kont uit dat nest te komen, door de rups in het gat te steken en dan snel weer terug te trekken. Je hoorde de kinders roepen ‘Ah toe nou, plaag ons niet!’ Maar eruit komen ho maar. Want eruit is eruit en nooit meer erin, dat weten ze. Nee, ze laten zich de luxe nog lekker even aanleunen, ook al roepen de ouders ‘Já hallooo! Het is hier geen hotel!’

In het voederhuisje zitten vier pafferige koolmees-jongens. Volgevreten en zelfvoldaan. Die kunnen al lang vliegen en alles maar zijn  door hun moeder schromelijk verwend! Zij is broodmager en heeft geen fatsoenlijke veer meer aan haar lijf, van dat als een bezetene heen en weer vliegen, al weken lang. En nu staat ze er ook nog alleen voor want haar kerel had er geen zin meer in. ‘Je bent gek! zei hij, ‘ ze kunnen zichzelf nu wel redden, ze houden je aan het lijntje.  Ik vind het mooi geweest. Ik neem vakantie, jammer dat je niet meegaat. Maar je weet waar ik ben, ik zie je wel verschijnen binnenkort’. En hop! Weg was hij. Maar zij kon het niet over haar hart verkrijgen haar jongens achter te laten. Moet je nou toch eens kijken wat een lieve, onschuldige toetjes, die laat je toch niet zomaar alleen? dacht zij. En dus blijft ze af en aan vliegen om haar schatjes van de lekkerste hapjes te voorzien.

En die rotjongens weten dat, die bespelen haar. Zodra ze uit het zicht is vechten ze met elkaar en doen vliegacrobatiek om te kijken wie van hun de stoerste is. Ze hangen ondersteboven aan het voederhuisje en halen luid kwetterend de gekste capriolen uit. Tot ze hun moeder horen. Dan voeren ze een toneelstukje op; ze blazen zichzelf een beetje op en maken schattige, pluizige mezenbolletjes van zichzelf. Dan nog wat aandoenlijk wapperen met de vleugeltjes en amechtig piepen en geen koolmezenmoeder die daar weerstand aan kan bieden. En zo houden ze haar nog wel een paar dagen bezig. Tot ze door de mand vallen en dan is het gebeurd met de verwennerij. Dan moeten ze zelf aan hun kostje zien te komen en vliegt moeder haar kerel achterna om van een fijne, welverdiende vakantie te gaan genieten.

Geschreven door: Redactie