close
  • maandag 27 september
Zorg en Zekerheid

Portret Otto Bruinsma (73), vutter en sporter.

Portret Otto Bruinsma (73), vutter en sporter.

Het is weekend! En dus een portret van een inspirerende persoonlijkheid

Geen grammetje vet en een frisse kop. Zo zou je Otto lijfelijk kunnen typeren. Tussen de oren zit het ook wel goed. ‘Doe vooral gewoon en zorg goed voor jezelf’, lijkt zijn motto. 73 is hij inmiddels en nog twee keer in de week aan te treffen bij zijn vaste loopgroep. Een rondje van zo’n tien kilometer rent hij met gemak. Weer of geen weer.

Dat er uitgerekend over hem een verhaal geschreven wordt, verbaast hem. “Ik hoor het wel eens om me heen zeggen: ‘goh Otto, jij loopt ook nog’. Wat had je dan gedacht? Je moet gewoon doorlopen. En met beleid je sport beoefenen. Ik let niet meer op tijden, maar loop vooral ook voor de gezelligheid. Lekker buiten, in de natuur. Of het nu regent of niet. Ik zie iedere training wel wat het wordt en loop lekker in mijn eigen tempo. Ik voel me gezond, dus wat wil je nog meer.”

1970

Een paar leren slofjes aan en gaan

“Ik zat op de ambachtsschool en leerde voor meubelmaker. School vond ik eigenlijk maar niks en toen ik via een vakantiebaantje in een slagerij aan de slag kon, vond ik dat eigenlijk veel leuker. Ik wilde dat vak wel leren.” Jarenlang runde Otto verschillende slagerijen. In zijn vrije tijd deed hij aan sport. “Dat begon met voetballen op straat en later bij V.V. Friesland. Heerlijk hoor, een paar leren slofjes aan en gaan.” 27 jaar lang speelde hij bij verschillende amateurclubs, want voor het werk verhuisde hij nogal eens. “Ik had een druk bestaan. Hard werken en een gezin met twee kinderen, maar sporten ben ik altijd blijven doen. Ik heb tot mijn 37ste gevoetbald en daarna kwam ik per toeval bij de schaatsvereniging in Sneek terecht, de IJssterren. Nou ben ik niet echt een schaatser, maar in combinatie met het hardlopen en fietsen op de racefiets, vond ik dat toch wel heel erg leuk. Ik trainde drie keer in de week en ging er ook nog bij skeeleren.” Tien jaar lang besteedde hij uren en uren aan het schaatsen en de zomertrainingen die daarbij horen. “Dan weet je pas wat spierpijn is. Schaatsers trainen hard, echt hard.”

Trainingskamp Inzell

Stilzitten is het ergste wat er is

In 1990 verhuisde hij met zijn gezin vanwege zijn werk in een slagerij in Giekerk, vanuit Sneek naar Hardegarijp. Dat scheelde weer reistijd. “Vanaf die tijd ben ik vooral gaan hardlopen. Gewoon in mijn eentje een blokje om van zo’n zeven kilometer. Echte regelmaat zat er niet in, maar ik vond het gewoon lekker om te doen. Ik ben nooit een stilzitter geweest, want dat is het ergste wat er is. Bovendien wordt daar ook mijn hoofd niet vrolijk van.”

Tot aan zijn zestigste heeft Otto het vak van slager uitgevoerd. Daarna volgde de VUT. Als ‘doener’ een hard gelag natuurlijk. “Dat was in het begin best even moeilijk thuis. Maar ik zeg altijd tegen mijn vrouw, ga doen waar je zin in hebt. Doe je eigen dingen. Dat is belangrijk. En zo hebben we dat ook opgepakt. Maar ook samen gaan we veel op pad, wandelen bijvoorbeeld. Zij is ook sportief hoor.”

Zelfs de internist sprak de woorden ‘Wat zullen we nog sleutelen?’

Van blessures had Otto nooit last, ondanks dat hij al jong was geconfronteerd met een hardruis. “Ik heb zelfs het idee dat één hardklep het gewoon niet doet. Ik heb wel eens een foto op zo’n schermpje gezien van mijn hart. Als slager weet ik echt wel hoe dat eruit moet zien. Ik trok zo mijn conclusies, maar er is verder niets mee gedaan.” Tot Otto zo’n zeven jaar geleden wat astmatische klachten kreeg. “Ik kon geen normaal gesprek meer voeren. Ik ging er mee naar de arts, kreeg zo’n pompje en moest dat dan een half uurtje voor een looptraining nemen. Dat doe ik nog.”

Loopgroep

Toch liep het vanaf toen niet helemaal meer zoals voorheen. “Ik kon geen lange afstanden meer lopen. Weer ging ik naar de cardioloog en klaagde over die enorme verzuring in mijn benen, maar ik ben er geen steek wijzer van geworden. Mijn conditie was en is supergoed, en alle onderzoeken vielen ook goed uit. Zelfs de internist sprak de woorden: ‘wat zullen we nog sleutelen? Alles lijkt goed’, maar die verzuring in mijn benen speelde me regelmatig parten.”

Eigenlijk begon dat tijdens een training voor de Slachtemarathon in 2012. Otto, toen 69 jaar, moest na 28 kilometer stoppen omdat het niet meer ging. Niets voor hem, want sinds zijn pensionering was hij een redelijk fanatiek loper geworden. “Direct na mijn pensioen, in 2005, begon ik bij de loopgroep van start-to-run. Ik deed alle trainingen mee en ben vervolgens bij de loopgroep gebleven. Twee keer per week trainen en op zondag een duurloop. Gewoon lekker rustig hardlopen door de natuur, heerlijk! Ik heb het jarenlang vol kunnen houden en ik ben op een gegeven moment ook zelf trainingen gaan geven.”

Je moet je niet zo uitsloven

Totdat het na 2012 niet meer zo gemakkelijk ging en de tien kilometer het maximale werd wat hij nog loopt. “Ik hoor dan vaak van artsen ‘u heeft ook de leeftijd’, maar dat vind ik geen goed argument. Daarmee kun je die verzuringsproblemen in de benen niet ondervangen. Ik had uiteindelijk meer baat bij de alternatieve geneeskunde. Zo nam ik drie maanden lang ’s morgens op de nuchtere maag vijftien druppeltjes van een plantaardig voedingssupplement in een glas met lauw water om mijn nieren en lever te reinigen en daarmee zoveel mogelijk alle afvalstoffen uit mijn lichaam te verwijderen. Dat scheelt altijd, als je last hebt van verzuring. En ook een bezoek aan de iriscopist hielp mij meer en meer van die verzuringsklachten af te komen.”

Otto loopt nog steeds twee keer in de week en traint ‘gewoon’ met de jongere generatie mee. Dat zijn soms best pittige trainingen met versnellingen bijvoorbeeld. “Maar ik loop altijd lekker in mijn eigen tempo. Ik laat de rest dan gewoon gaan. Je moet je niet zo uitsloven. Als je zegt dat een training zwaar was of zelfs té zwaar dan heb je dat aan jezelf te danken. Niemand zegt hoe hard je moet, je moet gewoon goed naar je lichaam luisteren. Al die sportdrankjes en speciale supplementen dat hoeft van mij ook niet. Nooit gedaan ook. Wie gewoon gezond eet, krijgt voldoende binnen. Sportdranken zijn vooral suikerbommen en een glas water, soms met een snufje zout, is goed genoeg. Als je dorst hebt, ben je overigens al te laat. Je moet drinken voordat je die dorst krijgt.”

Otto weet als geen ander hoe je jezelf teveel kunt uitputten als je niet goed naar je lichaam luistert. “Ik liep in 2007 een marathon en mijn loopmaatje zakte ineens in elkaar. Het was 26 graden en hij had waarschijnlijk te weinig vocht tot zich genomen. Ik kon hem nog net opvangen en heb hem het laatste stukje mee moeten slepen. Hij heeft nog een nachtje aan een infuus in het ziekenhuis gelegen. Ik liep toen een tijd van 4 uur en 35 minuten. Het jaar daarop liep ik weer een marathon in 4 uur en 25 minuten. Het was toen overigens ook heel erg warm. Maar och, die lopers kijken tegenwoordig veel te veel op hun horloges. Je moet gewoon goed naar je lichaam luisteren en op tijd je rust nemen. Dan houd je het het langste vol.”

Geschreven door: Julia van Bohemen