close
  • woensdag 27 januari
Financiën

Gezellig rondje met rammelende bus

Gezellig rondje met rammelende bus

Boukje gaat deze week (weer) collecteren voor de Nierstichting. ‘Het begint met een plofje, daarna begint het lekker te rammelen’.

BLOG – In september komt hij altijd een weekje bij me logeren, al zo’n dertien jaar lang. Hij komt met een lege buik en ik lever hem altijd goedgevuld weer af. Grijs-rood is ie en er hangt een kaartje aan hem met mijn naam erop. Hij hoort deze week duidelijk bij mij. Last heb ik niet van hem, werk wel. Ik moet regelmatig met hem op pad, al blijven we wel lekker in de buurt.
Ik weet nog goed hoe het begon, vele jaren geleden. Mijn ex en ik waren nog samen en er werd ’s avonds gebeld. Hij nam de telefoon op en toen hij uitgepraat was, was hij ineens collectant van de Nierstichting. Dat ging best snel. Ik was stiekem een beetje blij dat ik de telefoon niet had aangenomen, maar na een jaar bleek dat dat eigenlijk weinig uit had gemaakt. Hij had een drukke baan, weinig tijd in die collecteweek en ik nam het over. Op zich gewoon alleen voor dat ene jaar dacht ik, dus waarom ík daarna ineens de collectant was heb ik nog steeds niet helemaal duidelijk. Maar goed, de Nierstichting doet goed werk en er is veel geld nodig voor onderzoek, voorlichting en het optimaliseren van dialyse. Dus mijn logee voor een week was welkom.

Ik probeer de neiging te bedwingen om een dansje te maken met de bus als sambabal

De eerste jaren nam ik vaak de kinderen mee. Dat was niet alleen gezellig, maar vooral ook zakelijk een ijzersterk concept. De oudste hield een beetje verlegen de bus vast, de jongste zat in de buggy lief te lachen. Dat bleek voor mijn buurtgenoten, die net moe thuisgekomen waren en nu moed aan het verzamelen waren om te koken terwijl de kinderen hongerig om hen heen jengelden, een welkome afleiding. De opbrengst is nooit meer zo hoog geweest als in die beginjaren. En een hoge opbrengst betekent een zware en rammelende bus. Dat vind ik echt heel leuk. Het begint met een klein dof plofje als de eerste muntjes erin vallen, daarna schuifelen de muntjes een tijdje over de bodem heen en weer, totdat de laag groter wordt en lekker begint te rammelen. Dan probeer ik de neiging te bedwingen om een dansje te maken met de bus als sambabal, maar dat lukt niet altijd. Ach, niemand die het ziet in het donker.

De altijd blaffende hond van nummer 90 is blijkbaar dood (of doof)

Eerlijk is eerlijk, ik heb aan het begin van zo’n week niet altijd zin. Maar als ik eenmaal op pad ben, dan is het eigenlijk altijd weer leuk. Je leert de buurtgenoten een beetje kennen en na een jaar zijn er altijd weer dingen veranderd. Bij het huis waar ik de ‘Hoera een meisje’ slinger nog voor het raam heb zien hangen komt nu een kleuter bij de deur die blij een paar muntjes in de bus stopt. Het ooit pasgetrouwde stel van nummer 24 met ballonnen en spandoeken in de tuin is verhuisd naar een groter huis. Het jonge katje van nummer 5 is een gezapige je weet-wel-kater geworden en de altijd blaffende hond van nummer 90 is blijkbaar dood (of doof).
De grootste verandering zijn de stickers die tegenwoordig in allerlei kleuren en lettertypes op de voordeuren geplakt zitten en aangeven waar je wel en niet voor mag aanbellen. Eerst vond ik het een beetje onvriendelijk overkomen, maar het is eigenlijk best praktisch. Het bespaart tijd en ongemakkelijke afwijzingen. Sommige hebben zelfs gezellige teksten als “Ja, collectanten zijn welkom!” Dan bel je echt super relaxt aan. En de letters zijn lekker groot zodat ik ze gewoon zonder leesbril kan lezen.

Sommige dingen blijven ook hetzelfde. De meneer die jaren geleden een tientje in de bus stopte waar mijn dochter met grote ogen naar keek en waarvan ik dacht dat dat per ongeluk was, doet dat nog steeds. De mevrouw die mijn kinderen altijd een lolly gaf, is nog altijd even vriendelijk maar geeft mij er helaas geen. En er zijn ook ieder jaar weer mensen die duidelijk thuis zijn en denken dat ik niet zie dat ze achter de bank duiken. Dat vind ik helemaal prima trouwens, ik kan er wel om lachen. Van de crisis heb ik weinig gemerkt, er wordt gul gegeven. Ook in de vriendelijkheid is niets veranderd, ik heb in al die jaren nog nooit iets vervelends meegemaakt.

Als je humor hebt, heb je bij mij een streepje voor

Wel hilarische dingen, zoals vorig jaar. Het huis achter mij was eindelijk verkocht, aan een jong stel. Ik had vanuit mijn tuin wel eens een glimp van hen opgevangen, maar kende hen verder niet. Toen ik bij hen aanbelde kwam er een leuke jonge vent bij de deur die zei dat ze donateur waren en dus al gegeven hadden. Ik bedankte hem netjes (dat staat tenslotte op mijn instructiekaartje) en ging op weg naar het volgende huis. Plotseling ging de deur weer open en kwam er een jonge vrouw naar buiten gespurt die ik herkende als de achterbuurvrouw. Ze kwam naar me toe, stopte vijf euro in de bus en zei ‘Sorry hoor, mijn vriend zegt gewoon maar wat. We zijn helemaal niet donateur, ik schaam me kapot’. Ik moest erg lachen en stelde me voor als haar achterbuurvrouw. Daar werd de situatie niet echt gemakkelijker van, maar ze zag er de lol wel van in en lachte mee. Toen vluchtte ze haar huis weer binnen en door het open raam hoorde ik even later haar vriend keihard lachen. Welkom in de buurt, als je humor hebt heb je bij mij een streepje voor.

Afgelopen maand was in het nieuws dat goede doelen gaan collecteren met een mobiel pinapparaat naast de collectebus. Uit proeven blijkt dat de opbrengst daar enorm door stijgt. Mijn dochter vroeg of ik er ook één had gekregen en ik riep meteen dat ik acuut stop als ik met een pinautomaat op pad moet. Dan gaat mijn bus niet meer zo lekker rammelen en wordt het een hele zakelijke transactie. Nu voelt het als een gezellig rondje door de buurt, ik weet niet of dat dan nog zo is. Of ik het dan nog leuk vind. Maar gelukkig is mijn logee dit jaar nog zonder al die poespas gekomen en we gaan vanavond weer samen ons rondje doen. Hij is gebracht met een lege buik en gaat zeker weten weer goedgevuld weg. Maar eerst nog een klein dansje.

Geschreven door: Boukje Wiersma