close
  • donderdag 2 april
Algemeen

Als je de kriebels krijgt: grijp niet in, maar láát het doen

Als je de kriebels krijgt: grijp niet in, maar láát het doen

Voor alles is een tijd, en dus ook voor ongedierte. Daar zijn we vaak niet blij mee, want de kleinste beestjes kunnen flink wat overlast veroorzaken. Volgende maand kunnen we ze verwachten, als het warmer wordt. Professioneel ingrijpen is echt nodig als het te erg wordt. Maar wat is erg?

Laten we met de grootste beginnen, de steenmarter. Ze zien er prachtig uit, maar als je ze onder je huis hebt, verga je van de stank. Ze zijn echter steeds vaker rond woningen te vinden. Op de zolder of in een spouwmuur. Of in een holletje onder de grond. Voor wie een boerderij heeft of kippetjes in de tuin: hij vreet ze op.

De marter zelf is een beschermde diersoort en mag dus, zelfs bij volop overlast, niet gedood worden. Wat betekent dat iemand met verstand van de marter en een goede vangmethode, het beest moet verwijderen. Maar vaker gaat het erom preventief te werk te gaan. Je wilt die marter gewoon helemaal niet hebben!

De rode kleur krijgt het van mensenbloed dat het drinkt om volwassen te worden

Dan naar de kleintjes zoals muizen, ratten, muggen, mieren, wespen en bedwants. Bed-wat? Bedwants. Het zijn kleine beestjes, insecten van zo’n vijf millimeter die roodbruin van kleur zijn en die vooral in bagage en meubels verstopt zitten. Vliegen en springen kunnen ze niet, dus ze lopen vooral heel slim over van het ene naar het andere attribuut. De rode kleur krijgen ze van mensenbloed dat ze drinken om volwassen te worden. Ze voeden zich vooral ’s nachts, dus je ziet ze zelden en je merkt er ook nog eens niks van. Ze zijn moeilijk te traceren, laat staan te verjagen, maar het is wel belangrijk anders worden het er alleen maar meer. Als je een plek met witte puntjes ontdekt, de eitjes, of het volwassen beestje dan toch herkent, is het tijd om alarm te slaan.

Paardenwesp

Dan de wespen en hoornaars, de zogenoemde paardenwesp of horzel. Dat is een flinke wesp die keihard kan zoemen. Het beest heeft een angel die na een keer steken gewoon aan zijn lijf blijft en dus kan ‘ie opnieuw steken. En die steek is pijnlijk. Dan moet je weten dat deze wesp ook ’s nachts kan vliegen, wat de meeste wespen niet doen. Op zoek naar nachtvlinders gaat hij dan in het donker lekker tekeer. Wil je natuurlijk niet, dus als ze met velen zijn – in een wespennest bijvoorbeeld- dan is ingrijpen belangrijk. Je moet ook niet binnen vijf meter van een nest komen, of dwars door de aanvliegroute lopen, dan is het hommeles.

Plaag

Dan nog even de bekende houtworm. Dat is eigenlijk een verzamelnaam voor in hout levende insectenlarven, van de houtwormkever of een doodskloppertje of de knaagkever. Ze zijn allemaal klein, leggen hun eitjes in het hout en om te groeien eten ze datzelfde hout weer op. Zo ontstaan lange gangen. Ze blijven zomaar een aantal jaren zitten en als ze volgroeid zijn, komen ze te voorschijn en laten een gaatje achter. Ze gaan paren, er komen weer eitjes. Kortom; een plaag is er dan zomaar. Je kunt je voorstellen dat meubels eraan gaan, maar wat te denken van dragende balken. Ingrijpen is dus hier ook belangrijk. In- en uitwendig moet het hout ontsmet worden.

Als je zelf al de kriebels krijgt bij het lezen van deze tekst, vraag dan om Johan

Dat je bij het bestrijden van al dit ongedierte niet alleen secuur maar vooral met kennis te werk moet gaan, lijkt duidelijk. Johan de Jong van MRS Oudwoude is EVM gediplomeerd ongedierte deskundige. Als je zelf al de kriebels krijgt bij het lezen van deze tekst, vraag dan om Johan, want hij kent de regels van ‘beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen’. Een mond vol, maar het komt er op neer dat hij zowel de kennis als de professionele spullen heeft -daar kom je als particulier niet aan, want het mag alleen gebruikt worden door deskundigen- om het ongedierte voorgoed uit of bij je woning te verwijderen.

Vragen over ongediertebestrijding? Kijk dan op onze specialistenpagina.

Geschreven door: Redactie