close
  • maandag 13 juli
Zorg en Zekerheid

Tietia’s ‘Alledagjes’: Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Tietia’s ‘Alledagjes’: Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Hoe een burn-out tot iets moois kan leiden

Ik zie mezelf nog zitten, alsof ik van een afstand naar mezelf keek. Mijn handen lagen in mijn schoot, niet meer in staat tot bewegen. De rest van mij was ook verstijfd. Iets in mij schreeuwde ‘Weg hier! Weg hier!’ Dat iets was zó sterk dat ik er wel naar moest luisteren. Werktuiglijk stond ik op, griste mijn tas van mijn bureau en verliet het kantoor zonder om te kijken en zonder nog iets of iemand te zien, laat staan te groeten. En ik rende naar de uitgang alsof ik voor mijn leven rende, wat ik zekere zin ook zo was. Ik was op! Ik kón niet meer!

Zo herinner ik me mijn laatste moment op het loopbaancentrum van een gemeente, waar ik als coach werkte. Na een laatste , in mijn ogen zinloos, overleg brak er iets in mij. Met totale vervreemding had ik een leidinggevende en mijn collega’s aan gestaard. Waar hadden zij het over? Het was alsof ik ze niet meer kon verstaan. Wat zaten we hier in godsnaam te doen? Zat de wereld nu echt te wachten op wat wij hier hoopten te bereiken? Het eens zo veelbelovende loopbaancentrum was een zinkend schip geworden, dat na hemeltergend mismanagement lek en stuurloos ronddreef op een woelige oceaan. Tijdens laatste overleggen werden nog lapmiddelen bedacht die met de moed der wanhoop nog werden uitgeprobeerd. Veel goede, lieve collega’s hadden het schip al eerder verlaten en elke keer had het me pijn gedaan als er weer eentje ging. Maar ik had van geen wijken willen weten.

Me vastklampend aan het zoveelste prachtige project dat in een politiek gevoelige omgeving, als die waar ik werkte, een bedroevend einde tegemoet ging. Na jaren van bezuinigingen, reorganisaties, doorlopende veranderingen en steeds het wiel opnieuw uitvinden, was voor mij de koek op. Ik voelde me niet meer een gewaardeerde werknemer zoals in het begin maar een lullig pionnetje in een organisatie die door de politiek en slecht management aan voortdurende veranderingen onderhevig was. Mijn werk voelde niet meer als zinvol. Ja wel het coachen van mijn cliënten, dat was waar ik het voor deed. Maar de helft van mijn tijd besteedde ik aan administratieve rompslomp, overleggen en andere voor mij marginale zaken. De werkdruk was al jaren veel te hoog, zeker voor iemand zoals ik, met een enorm verantwoordelijkheidsgevoel en een arbeidsethos om een puntje aan te zuigen. Ook thuis had ik tropenjaren beleefd met mijn lieve Jan, die depressies had gehad.

Nadat ik thuis op de bank was neergestort, kon ik de rest van de dag alleen nog maar huilen. Zo trof Jan me aan. Hij schrok er van. Zo had hij me nog nooit gezien. ‘Jij moet morgen naar de bedrijfsarts gaan’ zei hij. Dat deed ik. Die constateerde dat ik een beetje overspannen was. Een paar weekjes rustig aan, goed voor mezelf zorgen en leuke dingen doen, zouden waarschijnlijk voldoende zijn. Maar na een paar weekjes was ik er nog beroerder aan toe; totaal geen energie, angstig, rusteloos, overprikkeld en depressief. Tegelijkertijd had ik hulp gezocht bij een heel ervaren therapeute, die al jaren mensen met burn-outs begeleid en bij wie ik direct terecht kon. Ik ben iemand die zich bij de tegenslagen in het leven af vraagt: wát heeft het leven mij te leren? Want dat er lessen zitten in wat je overkomt is voor mij zo klaar als een klontje. En ik wilde graag leren want ik wilde zó graag weer beter worden. De therapeute  had me op het hart gedrukt mijn klachten serieus te nemen. ‘Je hebt een ernstige burn-out Tietia, je moet echt gaan rusten om de batterij weer op te laden’. Ja rusten…hoe doe je dat? De bedrijfsarts zag ook wel dat er meer aan de hand was en raadde me aan de komende twee maanden ook nog maar thuis te blijven.

Na die twee maanden bereikte ik mijn dieptepunt, ik had zelfs geen energie meer om uit bed te komen. Me aankleden om naar mijn therapeute te gaan was een bijna onmogelijke opgave. Maar ik wist dat ik haar hard nodig ging hebben. Met de moed der wanhoop kwam ik bij haar aan. ‘Je zult moeten accepteren dat je echt een hele ernstige burn-out hebt. Als je nu niet gaat rusten, zei ze, werk je je zelf alleen maar meer tegen en gaat het herstel nog veel langer duren’. Ze legde het verhaal uit van de accu die leeg was en weer moest worden opgeladen. ‘Ik weet niet hoe ik dat doe, rusten’ piepte ik. Rusten betekende liggen op bed of op de bank, prikkels en drukte vermijden en zelfs niet met mijn  telefoon bezig zijn. Televisie kijken mocht zo af en toe, mediteren was goed en verder mocht ik twee taken op een dag doen. Een wasje draaien of een maaltijd klaarmaken waren twee taken. Dat was het. Zo zou mijn leven er de komende tijd uit zien. Ik kocht een agenda en maakte een schema. Vastbesloten om mij er aan te houden want ik wilde weer beter worden. Dat was mijn allerliefste wens!

In goed overleg met Jan besloot ik voor een tijdje naar ons zomerhuisje te verkassen. Het stond midden in de natuur en je kwam er echt tot rust. En mijn ouders waren in de buurt. Mocht de nood aan de man zijn, dan waren ze er voor me. Ik nam ons hondje mee. Zij moest drie keer per dag wandelen en dat dwong mij ook om te bewegen. Jan kwam elk weekend. Mijn leventje was simpel, saai en voorspelbaar maar heel langzaam begon ik me ietsje beter te voelen. De rust en de natuur deden me goed. De therapie leerde me hoe ik een burn-out had ontwikkeld maar vooral ook hoe ik kon zorgen dat me dat niet weer overkwam. Ik leerde eindelijk wat het, tot dan toe, voor mij loze begrip goed voor jezelf zorgen betekende. Dat had vooral te maken met grenzen aangeven en jezelf op de eerste plek zetten. Heel raar voor iemand die altijd ieder ander voor liet gaan op zichzelf. Ik heb veel mensen teleur moeten stellen en nog. Ik heb veel afspraken af moeten zeggen omdat ik te moe was. Nog steeds wel. Maar ik leerde mezelf weer trouw te zijn, ook als iemand anders daardoor boos of geïrriteerd raakte. Niet meer mijn probleem. Dit klinkt heel eenvoudig maar dit vond ik één van de moeilijkste dingen: mensen teleurstellen. Ik leerde vooral weer te voelen in plaats van te denken als ik een beslissing moest nemen. Denken daar was ik super goed in maar voelen wat goed voor me was? Ik was vergeten hoe dat moest. Waar ik ook al weer blij van werd en energie van kreeg? Geen idee. Maar langzaam maar zeker begon ik het weer te begrijpen en zag ik eindelijk weer licht aan het einde van de tunnel.

In het nieuwe jaar besloot ik dat het tijd was om weer eens wat leuke dingen te gaan doen. Ik wilde dolgraag weer gaan schrijven en tekenen. Twee passies waar ik veel te lang niets meer mee gedaan had. En het toeval wilde ( als je in toeval gelooft ) dat een vriend me vroeg om een serie tekeningen te maken voor een theatershow voor kinderen. En even later werd ik door 50+ in Friesland gevraagd om een serie blogs te schrijven over mijn avonturen met het hardloopgroepje waar ik me bij aangemeld had en dat door 50+ in Friesland werd georganiseerd. Het doel was om mee te doen aan de Loop van Leeuwarden in mei van dat jaar. Hoe bestaat het?! Ik kreeg het op een presenteerblaadje aangereikt! En ik nam beide opdrachten met twee handen aan. Enkele van de hardloopblogs zijn misschien nog wel op de site te vinden. Klik daarvoor op redactie en daarna op mijn naam.

Het werd een fijne, ontspannen tijd en ik voelde mijn energie weer een beetje terug komen. ’s Ochtends was ik het meest actief en wisselde ik activiteiten af met rust en s middags deed ik, behalve eten voorbereiden en koken, meestal niets meer. Wat ik het fijnst vond was dat ik door niemand en niets onder druk gezet werd in deze periode. Ik moest niets en mocht gewoon een tijdje doen wat ik wilde. Ik genoot van het schrijven en illustreren en ook van het hardlopen, ook al kostte me dat veel moeite en energie. Later leerde ik dat je beter niet kunt gaan hardlopen als je een ernstige burn-out hebt. Bewegen op zich is prima maar te intensief bewegen neemt te veel energie. Dat heeft te maken met de cortisol en adrenaline gehaltes, schijnt het. Ik heb veel over burn-outs gelezen op internet. Maar ik wist dat niet en ik genoot van de lol die we hadden met ons groepje en het buiten bewegen. En ik slaagde erin tijdens de Loop van Leeuwarden de 5 kilometer uit te lopen. Oké, ik geef het toe: als laatste en op mijn tandvlees maar ik had het dan toch maar gedaan! En het leverde een hilarische blog op.

Van mijn werk hoorde ik na een bos bloemen en een kaartje niets meer. Op enkele trouwe, geïnteresseerde, lieve collega’s na. Ik kreeg nog wel een berichtje ( whatsapp ) dat het loopbaancentrum waar ik werkte in zeer afgeslankte vorm doorging en samengevoegd werd met een andere dienst maar dat alle coachesfuncties waren opgeheven. Ik viel nu onder een ander team, met een voor mij onbekende teamleider en ook was het onduidelijk wat mijn functie zou zijn. Halverwege het nieuwe jaar was ik nog lang niet de oude maar wel zo ver dat ik voorzichtig weer aan werk kon denken. Ik besloot maar eens contact te zoeken met mijn nieuwe teamleider, die niet eens van mijn bestaan op de hoogte bleek. Hij was een bijzonder beminnelijk, intelligent en ruimdenkend iemand met wie ik een prachtig gesprek had waar we beide energie van kregen. En zo volgden er meerdere. Hij liet me de vrije hand in mijn re-integratie proces en vertrouwde er op dat ik zelf het beste aanvoelde wat goed voor me was. Hij wist dat ik heel serieus was in mijn wens om weer beter te worden en dat ik er zelf alles aan deed; Ik at gezond, ik probeerde elke dag te bewegen, deed dingen waar ik energie van kreeg, hield me aan een gezond ritme qua inspanning en rust, bouwde mijn sociale leven weer een beetje op en probeerde 8 uur per nacht te slapen. Samen bedachten we dat het een goed idee zou zijn, te re-integreren in een ander team op een rustige afdeling, aangezien het in zijn eigen team ( wat nu ook mijn team was ) heel hectisch was en de werkdruk er groot was. Dat team werkte daarnaast in een zogenoemde ‘kantoortuin’ met soms wel 40-50 mensen. Niet de plek om te re-integreren voor mij. Veel te veel prikkels! En zo begon ik weer twee uurtjes te werken in een team waar ik aanvullende werkzaamheden deed; deed ik ze wel: prima, deed ik ze niet: geen probleem. Er zat totaal geen druk op en iedereen in dat team was aardig voor me. Ik werkte er 9 maanden. En had ik er plezier in? Nee niet echt. Het kostte me veel energie om van huis naar de stad te rijden door het drukke verkeer, te parkeren en een werkplek te zoeken en een paar uurtjes te werken en dan weer naar huis te rijden. Het werk was eenvoudig. Ik kon me er geen bult aan vallen maar ik voelde me er ook niet echt betrokken bij; ik had niet het gevoel dat het er toe deed. Naast mijn werk had ik geen energie meer om thuis nog andere dingen te doen, laat staan leuke.

En zo rommelde ik wat door. Mijn leven bestond uit een paar uurtjes werken, verdeeld over drie dagen met steeds een dag er tussen, en rusten. Saai en bepaald niet inspirerend. Tekenen en schrijven schoten er bij in, ik kon er de moed en de energie niet meer voor opbrengen. Sociale contacten waren me ook te veel en ik was niet meer vrolijk en creatief maar daar moest ik doorheen. Dacht ik. Om uiteindelijk weer aan het werk te kunnen in mijn functie van coach moest ik door zetten. Dacht ik. Maar het lukte me niet om meer dan 8 uurtjes per week te werken en daar werd ik moedeloos van. Ik sliep slecht had hartkloppingen en was bepaald niet vrolijk. Ik voelde me een enorme loser en begreep maar niet waarom alle anderen wel konden wat ik niet kon. Toch bleef ik tegen beter weten in hopen dat het allemaal weer goed zou komen; dat ik weer de oude zou worden en dat ik zou kunnen doen wat ik altijd had gedaan. Tot ik een gesprek had met mijn teamleider. Hij vroeg hoe het met me ging en ik, niet toe willen gevend aan mijn ellende, zei dat het wel aardig ging. ‘Ik mis iets bij jou, zei mijn  teamleider, en weet je wat dat is?’ Ik had geen idee. ‘Ik mis je sprankel’. Ik viel stil. Hij gaf woorden aan wat ik al maanden had geprobeerd niet te voelen. Dat was het moment waarop ik brak. De sluizen gingen open en ik kon niet meer ophouden met huilen. Mijn teamleider keek geschokt naar me. Hij was bang dat hij iets verkeerds had gezegd. Maar later zou blijken dat dit moment een keerpunt in mijn leven zou zijn. Ik wilde mijn sprankel weer terug! Hoe dan ook. Ik en mijn sprankel zijn al een leven samen!

De volgende dag meldde ik me weer ziek op mijn werk en ging ik naar de huisarts die een depressie constateerde. Dat had ik zelf ook al bedacht. Ik ging naar huis met een antidepressivum, waar ik zelf om had gevraagd. Als ik me maar weer beter ging voelen. Thuis las ik de bijsluiter en daar stond ik dan met die vermaledijde pillen in mijn hand. Ik werd al misselijk van het idee ze te moeten slikken. Wát een rommel was het ook eigenlijk! Dat kon niet goed voor me zijn. Door de burn-out én de overgang was mijn lichaam al zo in de war. Een klein stemmetje in me zei dat ik beter kon kijken wat de oorzaak van de depressie was en dat was natuurlijk ook zo. Diep in mijn hart wist ik al lang het antwoord maar ik vond het te eng om dat voor mezelf toe te geven. Ik deed een noodoproep naar mijn therapeute, bij wie ik al lang niet meer was geweest, en kon gelukkig de volgende dag terecht. Eigenlijk had ze mijn probleem in drie vragen boven tafel, geniaal! ‘Hoe gaat het op je werk?’ vroeg ze, waarop ik antwoordde dat het niet zo goed ging en dat het alle energie opslurpte die ik had. ‘Vind je het zinvol wat je doet?’ was haar volgende vraag. ‘Nee, antwoordde ik, ik heb het gevoel dat ik dagbesteding zit te doen. Dat ik het moet doen om van de straat te blijven. En omdat iedereen het van me verwacht. En omdat ik het van mezelf verwacht’. ‘Wat zou je doen als je vanaf morgen niet meer terug hoefde naar je werk?’ was haar laatste vraag. ‘Oooh ik zou de vlag uithangen!’ jankte ik bijna met een voor mij op dat moment ongekende emotie. Ze zei niets meer en bleef me alleen maar aankijken, enkele ongemakkelijke momenten lang. Toen liet ik mijn weerstand los, begon te huilen en de spanning verdween uit mijn lijf. Ik zuchtte diep. ‘Ik weet wel wat ik moet doen, huilde ik, maar ik vind het zo moeilijk’. ‘Wat houdt je tegen?’ vroeg mijn  therapeute. Nou dat wist ik wel, dat was in de eerste plaats mijn eigen angst om een vast contract en vele ( schijn- ) zekerheden op te geven maar vooral dat ik wist dat Jan hier grote moeite mee zou hebben. Toch voelde ik op dat moment heel goed aan dat het om mijn gezondheid ging en dat ik deze beslissing móest nemen om weer beter te kunnen worden. Ik moest mijn baan op gaan geven.

Het klopte; Jan vond het vreselijk wat er stond te gebeuren en is lang boos op me geweest. Uit onmacht. Ik wist heel goed dat hij eigenlijk meer bang dan boos was. Hij is nog meer van de zekerheid en veiligheid dan ik. In zijn hoofd speelden zich de vreselijkste doemscenario’s af. Dat we aan de bedelstaf raakten en ons pas gekochte huis weer zouden moeten verkopen. Jan wist natuurlijk ook heel goed dat het om mijn gezondheid ging en die stond ook bij hem voorop maar toch kostte het hem veel tijd om aan het idee te wennen. En dit kostte mij weer bakken energie en ik voelde me niet gesteund, terwijl het voor mij ook heel spannend en onzeker was. Maar uiteindelijk zijn we er uit gekomen samen. Zoals we altijd alle tegenslagen en moeilijkheden hebben overwonnen. En ik ben er uit gekomen met mijn werkgever. Dat was ook nog best een hobbelig pad maar ik wist waar ik naar toe ging. Dat mijn leven ten goede zou veranderen en dat ik eindelijk kon doen waar ik goed in ben en waar ik een passie voor heb. En dat heeft me focus en richting gegeven. Ik ben nog niet helemaal de oude, ook al zit ik inmiddels al drie jaar thuis. De huisarts liet me weten dat het mogelijk is dat ik nooit meer helemaal mijn energie terug krijg en dat ik dit misschien wel zal moeten accepteren. Daar heb ik het heel zwaar mee gehad maar uiteindelijk besefte ik dat ik het leven nog steeds prachtig vind en dat ik los van mijn gezondheid nog steeds van alles kan genieten. En zo heb ik me er uiteindelijk mee verzoend. Meestal. Soms ben ik nog wel eens boos en opstandig. En ik ben nog wel op zoek naar manieren om toch nog iets aan energie te winnen. Maar los daar van kan ik inmiddels zeggen dat ik me vaak weer happy voel. En trots op wat ik heb bereikt! Want ondanks alles bleef ik gericht op werken aan mijn doel: beter worden en werk gaan doen waar ik goed in ben en waar ik blij van word. In mijn eigen tempo en ritme.

De afgelopen maanden ben ik hard bezig geweest met mijn eigen coachingspraktijk aan huis: Romtecoaching. Die naam heeft de praktijk gekregen omdat mijn  huis midden in de ruimte, tussen de weilanden ligt. Romte is Fries voor ruimte. Wat ik mensen probeer te bieden is dat ze weer ruimte in hun leven krijgen, als ze vastzitten en problemen ervaren. Mensen die bereid zijn om te leren en zich te ontwikkelen. Als ze weer ruimte ervaren wordt hun leven weer meer de moeite waard. Op mijn site is hierover alles te lezen.

Twee weken terug heb ik mijn praktijk geopend. Ik coach en begeleid al mensen sinds 1999. Het is mijn passie en ik ben er goed in. Tijdens de periode dat ik ziek was zijn er een paar gelegenheden geweest dat ik mijn coaching-skills kon oefenen omdat mijn hulp gevraagd werd. En daar kréég ik energie van en ik werd er weer zó blij van! Ik merkte ook dat ik het coachen niet was verleerd, het is net als met fietsen, dat verleer je ook niet meer. Het is fijn als je iemand kunt helpen om zelf weer het stuur in handen te nemen. Dat je iemand weer in zijn kracht ziet komen en blij ziet worden, geweldig! Met mensen werken dat is voor mij het mooiste en meest dankbare dat er is.

In alle rust illustreerde ik van de winter en in het voorjaar een kinderboek, geschreven door een goede vriend van me. Toen hij me hiervoor vroeg had ik maar één noot op mijn zang: dat ik er de tijd voor kon nemen. En dat kon. Ik werkte er een half jaar aan, elke week één of twee tekeningen, dertig in totaal, bij dertig verhaaltjes. Het was heerlijk om te doen! En het mooiste is dat de allereerste uitgever die we vroegen er direct brood in zag en het voor ons uit wilde geven. Toen ik het boek voor de eerste keer fysiek in de handen hield maakte mijn hart een sprongetje; wauw! Mijn eerste, echte boek! Dat was een mooi moment. Het boek heet: ‘Ik ben Balou, het gelukkigste hondje van Kreta’ Het gaat over een zwerfhondje dat gered wordt op het strand van Kreta en daarna een gouden mandje krijgt bij zijn twee baasjes. Hij beleeft allerlei avonturen en vertelt daar zelf over. Het boek is geschreven voor kinderen in de bovenbouw van de basisschool maar omdat er zoveel tekeningen in staan is het ook bijzonder geschikt voor jongere kinderen en als voorleesboek. Het is bij Bol.com en in alle boekenwinkels te bestellen of te krijgen voor €16,50.

Ik doe nu weer de dingen waar ik blij van word, waar ik goed in ben en die me energie géven en dat is zo’n heerlijk gevoel! Alleen doe ik niet meer alles in de vijfde versnelling, zoals ik heel mijn leven deed, maar in de tweede of soms derde. En dat is ook prima. Ik geniet van veel dingen en ik kan weer iets voor anderen betekenen, daar gaat het mij om. Dat ook ik mijn steentje bij kan dragen aan de wereld. Ik wens niemand een burn-out toe maar in mijn geval en in dat van vele anderen is het ook een poort naar een andere, betere manier van leven. Als je er zo naar kunt kijken kun je zelfs uit een burn-out iets positiefs halen.

Geschreven door: Tietia Feikens