close
  • zondag 24 oktober
Relatie en gezin

Thuisblijfmoeders ‘zitten’ thuis niet


Thuisblijfmoeders ‘zitten’ thuis niet


Je zorgt fulltime voor de kinderen en hebt geen werk buitenshuis. Dan ben je tegenwoordig een thuisblijfmoeder. In gesprek over verworven rechten en keuzes.

Christina (63): “Ik was 28 toen mijn dochter geboren werd. Ik ben toen gestopt met werken, tot die tijd had ik eerst in een winkel en daarna in de thuiszorg gewerkt. Maar ik had er geen plezier in. Dat werk was ook geen bewuste keuze geweest. Na de huishoudschool heb ik geen vervolgopleiding gedaan. Mijn ouders vonden het voor een meisje niet nodig, ik zou toch wel trouwen en kinderen krijgen. Dat was mijn plaats in het gezin.”

Huisvrouw

Dat dit de toekomst van ieder meisje was, was voor de generatie van onze eigen moeders een algemeen geaccepteerd gegeven. Niet verwonderlijk, als je bedenkt dat een getrouwde vrouw geen eigen positie had. Voor de wet was zij zelfs handelingsonbekwaam. Zonder schriftelijke toestemming van haar echtgenoot mocht zij geen auto kopen, hypotheek afsluiten, zelfs geen eigen bankrekening openen. Pas in 1956 werd die wet veranderd en werd een getrouwde vrouw handelingsbekwaam verklaard (al heeft het daarna nog vijftien jaar geduurd tot het artikel geschrapt werd waarin stond dat de man het hoofd van de echtvereniging was). Een jaar daarvoor, in 1955, werd de Motie Tendeloo * aangenomen, wat inhield dat een vrouwelijke ambtenaar niet meer ontslagen mocht worden zodra ze in het huwelijk trad. Toch was het nog heel normaal dat een vrouw haar baan opzegde als ze trouwde en huisvrouw werd. Anneke (62): “Toen mijn oudste werd geboren was ik 25 jaar. Ik had daarvoor altijd betaald werk gedaan. Maar ik nam ontslag, het was in mijn omgeving gebruikelijk dat je stopte met werken als je kinderen kreeg.”

De gezinscultuur is in Nederland altijd erg belangrijk geweest. Na de Tweede Wereldoorlog waren er twee trends, die in stand hielden dat moeders niet buitenshuis werkten. Enerzijds was de mening van veel Christenen dat de plaats van moeder in het gezin was, anderzijds was er de opvatting van de Socialisten, dat huismoeder zijn een verworven recht was van de vrouw. Dit als reactie op de erbarmelijk slechte werkomstandigheden van vrouwelijke arbeiders in de negentiende eeuw. Bovendien was de aandacht voor pedagogiek sterk in opkomst (denk aan Dr. Spock) en werd het de taak van de moeder om naast de verzorging veel aandacht aan de opvoeding en het welzijn van haar kinderen te schenken.

Vrouwen namen hun situatie niet meer als vanzelfsprekend aan

Het taboe op werkende vrouwen is lange tijd groot geweest. Op mannen lag de druk om voor brood op de plank te zorgen, het was een aantasting van de eer om financieel niet goed genoeg voor je gezin te kunnen zorgen. Bij het arbeidstekort in de jaren zestig van de vorige eeuw werden daarom ook eerder gastarbeiders uit andere landen aangetrokken, dan dat naar het potentieel van vrouwen werd gekeken. Toch begon vrouwen meer en meer andere opvattingen te krijgen dan die van de generaties daarvoor. Steeds meer meisjes gingen studeren of een beroepsopleiding volgen en vanaf de jaren zeventig gingen meer vrouwen betaald werk doen. De feministische golf heeft daar sterk aan bijgedragen. Want ook de vrouwen die niet specifiek feministisch waren, werden toch aan het denken gezet en namen hun situatie niet meer als vanzelfsprekend aan.
Het gebrek aan goede en betaalbare kinderopvang is een groot punt geweest voor veel vrouwen die wel buitenshuis wilden (blijven) werken, want kinderopvang was een zaak voor de vrouw, de man bleef in het algemeen zijn fulltime baan houden.

Schooltijden

Antje (55): “Ik werd moeder op mijn 27e. Ik wilde wel heel graag betaald werk blijven doen. Voor mezelf, omdat ik helemaal geen huisvrouwtype ben. Ik was ervan overtuigd dat ik een betere moeder voor mijn kinderen kon zijn als ik ook een werkomgeving had. En ook uit financiële noodzaak, alleen het salaris van mijn man was erg krap om van rond te komen, maar de kinderopvang was een probleem. Er was alleen een crèche en die was duur. Ook particuliere opvang kostte teveel, er was geen kinderopvangtoeslag zoals tegenwoordig. Daarom ben ik gaan werken op tijden dat mijn man thuis kon zijn voor de kinderen. Drie avonden per week en in de weekends, in de horeca. Het was zwaar, als je er als huisvrouw en moeder al een dag op had zitten, moest je ‘s avonds nog hard werken en ging je te laat naar bed. Omdat ik ook in de weekenden werkte zag ik mijn man weinig. Toen de kinderen naar school gingen, heb ik mijn uren aangepast aan de schooltijden en dat was een stuk prettiger.”

Tegenwoordig kunnen meer moeders kiezen of ze betaald werk willen doen of thuisblijfmoeder willen zijn. Hoe kijken de drie geïnterviewde vrouwen terug op hun tijd met kleine kinderen? Zouden ze, als ze in deze tijd moeder waren geworden, andere keuzes hebben gemaakt?

‘Mijn kringetje was erg klein’

“Over het algemeen heb ik goede herinneringen,” zegt Christina. “Ik heb er plezier in gehad om thuis te zijn voor mijn kinderen, maar soms voelde het ook wel beperkt, mijn kringetje was erg klein. Toen de kinderen naar school gingen heb ik wat adresjes gehad waar ik schoonmaakwerk deed. En later heb ik een poosje in een restaurant gewerkt. Dat was geen bewuste sollicitatie, daar was ik voor gevraagd. Maar het was geen werk waar mijn hart lag.” Toen ze 49 was is ze alsnog een opleiding voor verzorgende gaan doen, omdat het altijd als een gemiste kans heeft gevoeld dat ze na de huishoudschool niet verder heeft kunnen en mogen leren. Daarna heeft ze nog een aantal vervolgopleidingen gedaan en nu werkt ze met veel voldoening in een verpleeghuis voor demente bejaarden. “Ik ben erg blij dat ik die stap genomen heb, het heeft mijn leven enorm verrijkt. Het deelnemen aan de maatschappij, het contact met collega’s, het werk doen waar je hart ligt.” Ze heeft er een groter gevoel van eigenwaarde door gekregen en is er trots op dat ze dit zelf mogelijk heeft gemaakt. Als ze in deze tijd moeder zou worden, zou ze zeker een mogelijkheid zoeken om moederschap en werk te combineren, door in deeltijd te gaan werken.
Ook Anneke denkt dat ze parttime zou gaan werken als ze in deze tijd moeder zou worden. De tijd en de mogelijkheden zijn nu zo anders. Toch vond ze het ook een fijne periode. Ze was bij de kinderen op haar plek en die vonden het fijn dat ze er was. Haar omgeving vond het heel normaal dat ze niet werkte en ze heeft dan ook nooit last gehad van vooroordelen of negatieve opmerkingen. Het was een situatie waar iedereen tevreden mee was. “Pas toen de kinderen respectievelijk 18, 21 en 22 jaar oud waren ben ik weer buitenshuis gaan werken, toen was ik er aan toe.”

Thuiszitten

Antje kijkt met een goed gevoel terug op de tijd dat ze overdag thuis was voor de kinderen. Maar ze zou met de ruimere mogelijkheden voor kinderopvang nu een andere keuze maken voor het soort werk en niet meer ’s avonds en in de weekenden in de horeca gaan werken. “Het is ook nu voor moeders nog steeds lastig om goede keuzes te maken. Maar als ik nu naar de generatie van mijn eigen dochter kijk, denk ik dat de positie van vrouwen wel een grote ontwikkeling heeft doorgemaakt. Alleen moet het weer niet zo zijn, dat vrouwen die er nu voor kiezen om thuisblijfmoeder te zijn, daarop aangekeken worden. Ik kan me er enorm aan ergeren als mensen het hebben over ‘thuiszitten’. Dat klinkt zo passief en dat verdient een vrouw die fulltime voor haar kinderen zorgt zeker niet.”

* Motie, ingediend door tweede kamerlid van de Partij van de Arbeid Corry Tendeloo in 1955. Deze motie werd met een zeer kleine meerderheid aangenomen en leidde tot een wetswijziging waardoor vrouwen in overheidsdienst niet meer ontslagen konden worden vanwege hun huwelijk.
“De Kamer, gehoord de besprekingen over het KB van 13 september 1955, van oordeel, dat het hier niet op de weg van de Staat ligt de arbeid van de gehuwde vrouw te verbieden, nodigt de Regering uit de hiermee strijdende voorschriften te herzien.”
 

Geschreven door: Annelies van Bloois